Gelaarsde kat

Met een mengeling van verdriet en verontwaardiging staat de jongste zoon van de molenaar bij het graf van zijn vader.

’t Is proper, pa, mompelt hij, mijn broers krijgen de molen en het geld en mij heb je alleen dat beest nagelaten.

Dat beest is een zwarte kattin met witte pootjes die aan zijn voeten bij het graf zit. Dat het een kat is die kan praten vindt de molenaarszoon niks bijzonders. Het is de enige kat die hij kent en voor zover hij weet kunnen alle katten praten. De kat is niet beledigd, daar heeft ze zelf te veel verdriet voor. Ze zat graag bij de molenaar op schoot. Zij was het die hem het idee gaf om zijn nalatenschap zo schijnbaar ongelijk over zijn zonen te verdelen.

Steriliseren en vaccineren, misschien nog ontwormen ook, het gaat me nog een hoop geld kosten.

Hij krijgt haar alleen mee naar de dierenarts met de belofte van een cadeau. Ontwormen blijkt niet nodig, steriliseren en vaccineren wel.

Een dag later gaat hij haar ophalen. Ze loopt naast hem, nog een beetje moeilijk en waggelend met de draadjes in de buik, door de Lange Zoutstraat, waar de meeste schoenwinkels zijn.

Sjieke botten, sjieke botten, roept de kat bij iedere schoenwinkel.  Hij wist niet dat katten zich voor laarzen interesseren.

Het geld groeit niet op mijn rug, zegt de jongen. Ik dacht dat je tevreden zou zijn met een slibtongetje. 

Als ze op de Grote Markt komen, loopt de kat recht naar schoenwinkel Vony.

Miaauw, sjieke botten! 

Voor dure laarzen van bij Vony heb ik helemaal geen geld, roept de jongen.

Daarop haalt de kat een visakaart boven die ze bij de dierenarts gestolen heeft.

De kaart is op naam van M. van Carabas.

Een kwartier later zitten ze samen bij patisserie Lowie met een cappucino en een veel te groot stuk brésiliennetaart. De kat kijkt bewonderend naar haar hoge rode suede  laarzen.

Tevreden? vraagt de molenaarszoon.

Nu nog naar Veritas voor een rode hoed met een dikke witte pluim, zegt de kat.

Volgende keer misschien, als je weer eens naar de dierenarts moet.

De kat zwijgt even en likt de caramel en de plakkerige nootjes van haar snor. Ze kijkt bedenkelijk en gaat opeens op haar stoel wiebelen alsof ze vreselijke jeuk heeft.

Ik moet terug naar de dierenarts. ‘k Denk dat ik toch wormen heb.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Complete onzin en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op Gelaarsde kat

  1. Tja, je kunt het of je kunt het niet hé?
    Van de eerste zin af wil je verder lezen, je merkt dan dat het verhaal veel te kort zal zijn… en toch, blij dat ik het gelezen heb. Alweer (al reageer ik zelden).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s