Gelukkig wordt alles weer normaal

Of ik aan sport doe, vraagt de kinesitherapeut die mijn schouders masseert. Was mijn rug niet naar hem gekeerd, dan had hij mijn meewarige blik opgevangen.

Sport. Wat een vies woord. Ik had er op school al iets tegen.

Toen we voor het eerst over de bok moesten springen, stond ik te wachten achter een meisje met afgebroken voortanden. Op mijn tanden gevallen toen ik over de bok sprong en op mijn gezicht viel, zei ze. Ik ben nooit over de bok geraakt. Waarom mijn tanden riskeren?

Nooit heb ik de regels van een balspel kunnen onthouden, laat staan dat ik wist welk spel we aan het spelen waren. Basketbal,  daar kwam een basket bij te pas, dat was logisch. Maar was dit nu handbal of volley? Waarom moesten we opeens weer van plaats verwisselen? Hoezo hadden we een punt gescoord, waarom dan?

Ooit heb ik zelf eens per ongeluk een punt gescoord. Met volleybal denk ik, of was dat handbal? Mijn klasgenootjes dachten even dat er toch nog hoop was voor mij. Helaas, meisjes.

Als er een projectiel op me afkomt maak ik me instinctief uit de voeten. Een gezonde reflex, geef toe. Met een bal is dat niet anders. De bal komt mijn richting uit en ik loop weg, het is sterker dan mijzelf. Een paar jaar geleden, tijdens team building activiteiten (alweer vieze woorden), werd ik weer eens verplicht om met zo’n spel mee te doen. De gezonde reflex was er gelukkig nog steeds.

Neen, met sport moet u bij mij niet aankomen. Veel en regelmatig bewegen, daar ben ik wel voor. Die kippeneindjes waar u de auto voor neemt, doe ik te voet. Van wandelen krijgt u een frisse kop, een goed humeur en sterke benen. Wandelen is een bijzonder sterk medicijn. Of dansen als er een goed muziekje opstaat en niemand kijkt. Trappenlopen. Tuinieren. Het huis schilderen. Allemaal veel leuker.

Nu ik oud genoeg ben om zelf te beslissen wat ik doe — en van die team building af ben — blijf ik weg van alles wat naar sport ruikt (geen prettige geur, kan ik u verzekeren).

Helaas moeten we ook nog eens de sport van andere mensen ondergaan. Olympische spelen, Ronde van Frankrijk, Giro d’Italia, Wimbledon, het houdt niet op.  Iemand slaat harder op een balletje dan iemand anders. Iemand springt hoger dan iemand anders. Iemand loopt sneller dan iemand anders. Elf mannetjes winnen een spelletje van elf andere mannetjes. Dat moet dan per se op de televisie komen want iedereen moet dat leuk vinden. Onze geliefde Canvascrack en Britse detectives moeten maar wijken.

Gelukkig wordt alles weer normaal, want de zomer is haast voorbij.

Sport? antwoord ik de kinesitherapeut, ik zal er eens over nadenken.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Losse blaadjes, Televisie en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

8 reacties op Gelukkig wordt alles weer normaal

  1. Haha, mevrouw Muis, kostelijk geschreven.
    Zelfs was ik gek op sporten totdat mijn rug andere bezigheden forceerde, maar ik kan me je gevoelens wel voorstellen. En dansen en wandelen is inderdaad heerlijk 😀
    Ik wens je een heerlijk sportloos najaar toe.

  2. knutselsmurf zegt:

    Dansen als er niemand kijkt 🙂
    Ik heb ook nooit wat in sport gezien. Dat ik ondanks mijn spierziekte nog steeds iedereen voorbij fiets, komt doordat ik als kind altijd te laat van huis vertrok.

  3. appelig zegt:

    Ik ben het helemaal met je eens, sporten bah. 🙂

  4. Jokezelf zegt:

    Jaaa, een anti sport beweging! Het beweegt maar is geen sport! Ik ben er helemaal voor!
    Ik heb dezelfde ervaring als jij; ik houd en hield niet van sport. Snapte niks van spelregels en vond het allemaal gewoon vervelend. Op mijn rapport altijd een schamel zesje, want ik durfde met gym ook nog eens bijna niets. In de touwen klimmen, aan de ringen zwaaien, over de ongelijke brug. Hoe kun je het verzinnen? Enfin, ik trouwde met een man die aan voetbal deed en die het leuk vind als ik als voetbalvrouw iedere zondag langs de lijn stond. En die daarnaast naar letterlijk alle uitgezonden sport op TV bleek te kijken, bij wijze van spreken tot vlooienpolsstokspringen aan toe ;-). Vijfentwintig jaar mee uitgehouden, maar wel met een tweede tv, gnagna. Nu ben ik alweer drie jaar met mijn tweede man, die tennist en golft zelf, maar ik hoef niet mee. Alleen als hij gaat vissen, zit ik er gezellig met een boekje naast. En de tv? Ach ja, hij kijkt naar tennis, naar golf en naar wielrennen. Vooral zomers is dat afzien, maar ’s winters valt het alleszins mee (hoewel, dan is het weer schaatsen wat de klok slaat, zucht..) Ik zal er nooit echt aan wennen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s