Boswezens

Terwijl tram 44 zich door het Zoniënwoud slingert en de zon door de druipnatte bladeren schijnt, slingeren hoog in de toppen de zoniën van boom tot boom.

U weet niet wat zoniën zijn. Ik ben zelf ook geen expert. Vroeger woonden er beren in het Zoniënwoud, maar die zijn al lang weg. Sindsdien zwaaien de zoniën er de plak. Ze hebben kattenpootjes en ze hangen ondersteboven in de takken. Veel meer weet ik ook niet.

Iedere ochtend, boven in de beuken, lachen ze de mensen uit.  De domme mensen, bang voor natte voeten in hun blikken dozen, en eeuwig en altijd zeuren over het slechte weer.

Het is wel eens gebeurd dat een paar zoniën op het dak van tram 44 sprongen en zich lieten meevoeren langs de mooiste laan van het land. Daarna zijn ze verder naar het Jubelpark gelift. Daar hingen ze twee dagen en nachten te zwieren in de boomtoppen en gooiden ze beukennootjes naar de groene parkieten. Uiteindelijk kregen ze er genoeg van en gingen naar huis, ’s nachts, met tram 44.

Vijftig kilometer verder, in het Grote Natuurgebied naast het stadspark, staan Canadese populier en Aalsterse poepeloer broederlijk naast elkaar. Daar tussenin woont een kabouter.

Hij heet Adolf. U hoeft hem daar niet op aan te kijken. Toen hij geboren werd was dat nog een heel normale voornaam. Hij is intussen ook bijna tweehonderd.

Hij houdt zich voornamelijk bezig met het vangen van kleine vliegjes die in het zompige gebied de boel verzieken. Nu hij wat ouder wordt, krijgt hij last van zijn gewrichten. Misschien is dat vochtige gebied toch niks meer voor hem.

De laatste jaren heeft hij zich al voorbereid. Zijn collectie pinnemutsen is flink uitgedund en ook een groot deel van zijn meubeltjes heeft hij weggegeven. Hij hoeft niet veel meer in te pakken, hoogstens twee, drie koffertjes, en wat gestoofd konijn met pruimen als lunchpakket voor onderweg. Het is tenslotte vijftig kilometer reizen en dat is ver voor een kabouter.

In zijn knapzak zit een waterpistool met limonade, want hij weet dat de zoniën lastig kunnen worden.

U komt hem vast wel eens tegen op tram 44. Sta dan alstublief beleefd uw zitplaats af, want hij heeft pijn in zijn gewrichten.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Complete onzin en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

8 reacties op Boswezens

  1. Ik was laatst in het zoniënwoud, zag een horde zoniën en spoot wat zelfgefabriceerde limonade omhoog. Zij deden hetzelfde, omlaag dan. Helaas was het van hen geen limonade.

  2. knutselsmurf zegt:

    Ik zag een muis die belangstelling had voor mijn soep. De naam Zoniënwoud klonk bekend. Ik ben er een half jaar lang dagelijks doorheen gereden. ( http://www.kblog.nl/2009/10/werken-in-belgie-2/ ) Het is heel bijzonder voor Nederlanders, want hier zie je zulke hoge bomen niet en al helemaal niet in de buurt van wegen. Jullie moeten zuinig zijn op dat bos. Het is belangrijk, al was het alleen maar voor de verbeelding.

    • muizenoren zegt:

      Deze muis is gek op soep!
      Er bestaan ook waterzoniën, die vooral in Nederland voorkomen. Ze leven in symbiose met de blauwe reiger en ze maken groene smurrie op grachten en kanalen.

  3. appelig zegt:

    Ik zou er graag eens een kijkje nemen, ben erg benieuwd naar de Zoniën.

    • muizenoren zegt:

      Je moet heel stil en heel traag door het Zoniënwoud lopen, het liefst helemaal gekleed in bruin of groen zodat ze je niet kunnen zien. Met dat rode jasje hebben ze je zo in de gaten.

  4. Déesse zegt:

    Leuk en vlot geschreven!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s