Nederlands

Ik was al heel jong tweetalig. Mijn moedertaal was de authentieke Mijlbeekse variant van het Aalsters. Dat was een groot geluk, want op latere leeftijd is het onmogelijk om die taal nog aan te leren. Als peuter leerde ik mijn tweede taal, het Schoon Vlaams, de taal van de school, de taal van de radio, de taal van nonkel Bob. Verder had ik een passieve kennis verkregen van de taalvarianten van Gent en omstreken, dankzij mensen die wel eens bij ons over de vloer kwamen. Ik was al heel jong een wereldburger.

Nederlandse televisie konden we niet ontvangen en we woonden ver van de grens.  Toon Hermans en Wim Sonneveld op de radio, dat was het wat het contact met de Noorderburen betrof. Mijn kennismaking met de noordelijke variant van het Nederlands kwam in de vorm van LPs met voorgelezen sprookjes van De Efteling.

Ik moet bekennen: die sprookjes waren een schok. En Sneeuwwitje vond de prins zo hartstikke aardig, dat ze met hem trouwde. In de authentieke Mijlbeekse variant van het Aalsters betekent aardig eigenaardig. Was Sneeuwwitje gek geworden? En hartstikke, wat was dat? Was de japon van Doornroosje gewoon een lang kleed? En die drop op het peperkoeken huisje in Hansje en Grietje, was dat eetbaar?

Toen ik naar Brussel ging studeren, kwam ik in contact met echte Nederlanders. Ze brachten hagelslag mee voor op de boterham, wat ik in mijn moedertaal moizestrontjes noemde. Of gestampte muisjes, een soort anijspoeder – het is verwonderlijk hoe populair muizen zijn in de keuken. We maakte boerenkool met worst in ons keukentje en aten er sambal oelek bij.

Omdat ik het meestal goed met die Nederlanders kon vinden (ik had tenslotte hun taal gestudeerd met sprookjes van de Efteling), mocht ik ook wel eens mee naar dat land. Ze leenden me dan een fiets zonder remmen waarmee we de heuveltjes af- en opreden. Daarna gingen we iets drinken. Ik had het al lang afgeleerd om appelsiensap te vragen en vroeg netjes een si-NAAS-appelsapje, de klemtoon op naas. Zo had ik dat geleerd in het Schoon Vlaams. Ik moest het drie keer vragen eer de man me verstond.
Oh, SI-nasappelsap! Ik was stomverbaasd. Ik had duidelijk mijn vreemde talen niet helemaal onder de knie.

Vandaag de dag ga ik regelmatig naar Nederland. Ik vraag er nooit meer om sinaasappelsap. Dat heet er nu trouwens sjudorans. Ze hebben daar ook hun vreemde talen niet helemaal onder de knie. Ze doen maar. Ik drink tegenwoordig toch liever spuitwater. Spa rood, bedoel ik.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Rare vogels, Taal en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

5 reacties op Nederlands

  1. Tante Tweet zegt:

    hehe Wij hadden ook een aantal Nederlandse collega’s en eentje verstond werkelijk niks van mij 🙂
    Proficiat trouwens met je leuke nieuwe blog 🙂 Heb hem meteen in mijn feedreader gesmeten.

    • muizenoren zegt:

      Misschien moet er gedacht worden aan een opleiding voor tolken Vlaams-Nederlands. Hoewel, het wordt er niet beter op nu we elkaar op televisie gaan ondertitelen.
      Dank je voor de aanmoedigende woorden. 🙂

  2. Schitterende tekst over het taaltje van oever woater (met Aalsterse spelling is niet zo denderend)
    Blog zo maar voort zou ik zeggen…

  3. Je hoort hier ook wel ‘sudderans’, maar dat is geloof ik plat Amsterdams.
    Je schrijft overgens je Nederlands perfect en correct. Daar kan een moize(n)strontje nog een puntje aan zuigen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s